"Den 20sten december 1936 kwamen 'n 15-tal personen, op
initiatief van Dhr. L.Reichrath, in lokaal J. Verhoeven
bijeen om het oprichten van een schaakvereniging te
bespreken...."
Zo beginnen de eerste notulen van de
oprichtingsvergadering waarop als voorzitter wordt
gekozen H. Menne, als secretaris W. Gulpers, als
penningmeester G. Hermes en als leider c.q. instructeur
L. Reichrath.
De vereniging wordt genaamd: Schaakvereniging "Schaesberg"
verkort: S.V.S. Als eerste clublokaal kiest men voor
zaal "Juliana" van de Wed. Timpe-Haas en de speelavond
wordt bepaald op dinsdag, de contributie wordt
vastgesteld op Fl. 0,25 voor leden boven de 16 jaar en
op Fl. 0,10 voor leden beneden 16 jaar (p.m.)

De
Hoofdstraat in de 30-er jaren. Links: Lokaal "Juliana"
Natuurlijk wil men het eerste
jaar nog onderling oefenen om de speelsterkte te
verhogen maar op de jaarvergadering van sept.'37wordt
met algemene stemmen besloten te gaan deelnemen aan de
competitie van de Limburgse Schaakbond.
Op het eerste team dat toen werd samengesteld komen al
een paar bekende namen voor o.a.: Hub Triepels, Wolfgang
Jermar-Stosberg Jacq Teeuwen, Leo Hendriks, Henk
Rozeboom, Carl Hagedoorn, H. Menne, H. Wetzels en als
reserves Jos Gulpers en Jacob Stuart.
Dat eerste seizoen, men begint in de derde klasse van de
LiSB., wordt meteen 'n grandioos succes, de S.V.S. wordt
ongeslagen kampioen, wint ook de promotiewedstrijden en
promoveert naar de tweede klasse. Een eervolle
vermelding kregen de heren Hub Triepels en Carl
Hagedoorn die beiden 100% scoorden.
In deze periode is het vooral
Hub Triepels die het niveau van de vereniging omhoog
brengt door zijn schaaklessen. 't Ledental groeit, Frans
Theunissen wordt voorzitter, 't gaat crescendo!
Dan begint de tweede wereldoorlog en de bezetter eist
dat alle verenigingen lid worden van de zg.
"Kultuurkamer". Op de ledenvergadering worden
voorzichtige bezwaren geuit en eind 1941 besluit men
niet meer deel te nemen aan de externe competitie en
verhuist de vereniging uit het openbaar naar de
huiskamers.
Als in 1946 de toestand weer
genormaliseerd is komen de ouwe getrouwen in vergadering
bijeen en besluiten wederom met 2 teams te gaan
deelnemen aan de competitie van de LiSB. Helaas moet men
weer in de derde klasse
beginnen doch onze schakers bewijzen het spel nog niet
te hebben verleerd en worden weer ongeslagen kampioen!
Op
de foto rechts een van de werkers van het
eerste uur Frans Theunissen, voorzitter en
drijvende kracht in de vereniging.
Kennelijk is schaken het enige
wat de leden in
die jaren bezig hield want het archief bevat slechts
de kreet:"Waar blijft het verslag vanaf 3 mei 1947-
1 okt. 1950?" Uit de schaarse correspondentie
bleek evenwel dat de opmars niet te stuiten was
want ook in het seizoen '47 / '48 behaalt het eerste
team het kampioenschap en promoveert naar de
eerste (dus hoogste) klasse van de LiSB.
Ook het kasboek is uiterst sumier in zijn details, één
vrijwel jaarlijks terugkerende
post willen wij u niet onthouden: "feestavond". Ondanks
dit soort geneugten
handhaafde het eerste team zich jarenlang in de hoogste
klasse.
In 1951 zorgde de S.V.
Schaesberg voor een primeur: Voor het eerst, na de
oorlog, werd er weer een vriendschappelijke wedstrijd
tegen de "Aachener Schachgesellschaft" gespeeld, hieraan
werd in de Akense kranten grote aandacht geschonken.
Hoewel de wedstrijd met 13½ - 7½ verloren ging had men
een prachtige dag en er waren contacten voor de toekomst
gelegd.
Vriendschappelijke wedstrijden tegen buitenlandse
verenigingen zijn daarna regelmatig georganiseerd; uit
deze reeks herinneren wij aan: S.C. Würselen, S.C.
Stolberg, S.C. Wegberg, PSV Aachen, S.C. "Turm" Hilfarth
en uit de Belgische suikerstad S.V. Tienen.
In het seizoen '55 /'56 kreeg de
hoogste afdeling van de LiSB., de naam overgangsklasse.
Deze naamgeving inspireerde kennelijk letterlijk, zodat
in '56 /'57 het kampioenschap van Limburg werd behaald
met recht op promotie-wedstrijden naar de
KNSB-competitie. Wellicht heeft de tegenstander (Het
verre Terneuzen) teveel
leden op een onaangenaam facet n.l.: de lange reizen,
opmerkzaam gemaakt (uit- en thuiswedstrijden bijna
zonder uitzondering in Eindhoven of Den Bosch) dat de
promotiewedstrijd met grote cijfers verloren ging.
Een dergelijke instelling is
echter funest, getuige de zowel verrassende als
onbegrijpelijke degradatie een seizoen later met
hetzelfde team. Hoewel ze reeds één jaar later weer
terugkeerden in de overgangsklasse is geen echte
vooruitgang te bespeuren, men suddert op een laag pitje
verder.
't ledenbestand zakt naar 'n dieptepunt en alleen de
vaste kern houdt de vereniging overeind. De opkomst van
de Televisie hield de leden weg van de clubavond. In
1961 degradeert men opnieuw en nu voor een langere
periode naar de eerste klasse. Regelmatig wordt het
kampioenschap behaald in de afdeling zuid, doch de
promotie-wedstrijden gingen telkens verloren. Jong bloed
was hard nodig en men vond dit in Frits Esser die toen
hij zich aanmeldde meteen met zijn 26 jaren het jongste
lid was. Onmiddellijk heeft hij allerlei activiteiten
voorgesteld en uitgevoerd. Veel nieuwe leden zijn in de
rijwielwerkplaats geworven. Grote belangstelling kreeg
de S.V.S. in 1964 door de organisatie van de Limburgse
Bondswedstrijden. Dit eerste door Schaesberg onder
leiding van Frits Esser en Wim Fröhlichs georganiseerde
toernooi werd meteen (124 deelnemers) een daverend
succes.

Op de foto Wim en Frits tijdens 'n V&D Een overzicht
van de Bondswedstrijden
simultaan
In 1967 wordt de vooruitgang
gehonoreerd met de terugkeer in de overgangsklasse.
Sterke uitbreiding van het ledental is hiervan het
gevolg. Vooral de top werd danig versterkt. Gedurende 1½
jaar neemt Frits Esser de voorzittershamer ter hand als
'n soort interim voorzitter. In 1969 wordt Piet Schouten
voorzitter en Lei Konsten secretaris. Onder leiding van
dit tweetal worden de activiteiten in de vereniging
strakker georganiseerd en gecoördineerd. 't Jeugdschaak
krijgt de volle aandacht en Rudi Slanina, Lei Konsten en
Harrie Dohr geven schaaklessen.
Nu wilde het toeval dat S.V. 'Het Kasteel' uit Heerlen
zichzelf liquideerde n.b. direct na het behalen van het
kampioenschap in de overgangsklasse van de LiSB, zodat
een aantal gerenomeerde spelers zonder club waren komen
te zitten. 5 toppers kwamen naar S.V.'Schaesberg' t.w.
J.Arnold, F.Okrogelnik, P. Smits, L. Zanders en H.van
Tol. Met deze versterking behaalden wij in 1971 het
kampioenschap van de overgangsklasse A (In 1968 was de
overgangsklasse uitgebreid en gesplitst in twee groepen)
Toen ook een wat langlopend misverstand tussen Hub
Triepels en de club was uitgepraat en hij weer lid werd,
kon het geluk niet meer op.
De kampioenswedstrijden tegen 't Pionneke uit Roermond
gingen beiden met 't kleinst mogelijk verschil verloren.
Toch mochten we nog promotiewedstrijden voor de KNSB
spelen, doch het met oude coryfeën versterkte Einhoven
2 bleef ons dik de baas.
Onze voorzitter Piet Schouten verhuisd naar Beek en gaat
voor ons als lid verloren.
Frits Hendriks doet zijn
intrede, met zijn komst wordt niet alleen ons eerste
team merkbaar versterkt, we vinden in hem ook de man die
Piet Schouten als voorzitter opvolgt.
Frits Esser en Wim Fröhlichs introduceren het systeem
'Keizer' voor de interne wedstrijden en de
clubcompetitie wordt op slag interessanter, de
clubavonden worden drukker bezocht en we moeten vanwege
de toeloop naar de grote zaal verhuizen. Het aantal
actieve leden was inmiddels zodanig gegroeid dat 5 teams
konden worden ingeschreven voor de competitie van de
LiSB. |